Er is post – de roos na Eden.
Trigger warning: gedachten over de dood.
Sommige kinderen van de Vader mogen veel van Christus opstandingskracht leren daar ze reeds duizend doden sterven bij leven. Voor sommigen van ons is het bij tijden het hoogste doel om het leven te leven voor God. Soms is het niet meer dan dat. Als het in het donkerste diep gaat om de onderwerping aan Gods wil. In de hartslag en ademhaling van het heden.
Voor de lezers die praten via een zachte omweg niet verstaan of voor wie dit -Goddank- vreemd is. Ik heb het over de onmacht het leven te leven en over suïcidaliteit. Gods genade gaf mij in het verleden keer op keer onderwerping aan Zijn wil. Hij gaf de hartslag, de adem en het leven. Hij is de God van het leven!
Het gedicht dat ik hier vandaag mag delen schreef ik een tijd geleden. Ik bid dat het -voor de persoon die er iets van herkent- tot bemoediging mag zijn!
De roos na Eden
Nadat ze gestopt was te verlangen naar lente
Lag de wil te leven naast -niets meer te geven- onder lagen ijs bevroren
Daar kwam onverbiddelijk, de dooi
Het nog kille licht bescheen haar dorens, voorzichtig weer iets opgericht
Juist toen het levenswater haar wortels raakte ze terloops iets groeien ging
kwam opnieuw het mes er in.
De troosteloze aanblik doet bijna pijn
‘snoeien doet bloeien’ Kan dat wel in waarheid geworteld zijn?
Voor de roos is het verwachten
reeds lang voorbij
Al haar dromen en iedere zomerse gedachte
in de knop gebroken
Zeventig maal zeven keer,
geknakt in eigen krachten
Doch nooit te veel.. voor de genade van haar HEER!
Er groeit iets, het is een nieuw begin
de Waarheid haalt haar in!
Zo bloeit voorbij elk begrip van tijd
geheel haast onverwacht, in volle kwetsbaarheid
het leven open.
“De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn, de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan als een roos. Zij zal welig in bloei staan en zich verheugen, ja, zij zal zich verheugen en juichen. De luister van de Libanon is haar gegeven, de glorie van de Karmel en de Saron.

Ze zullen zien de heerlijkheid van de HEERE, de glorie van onze God.”
Jesaja 35:1&2